maandag 19 april 2010

Simon Nabatov speelt Herbie Nichols

english version (translated by Google)

Datum: 10 april 2010

Locatie: SJU jazzpodium, Utrecht

Uitvoerende: Simon Nabatov, p.

(foto's van Herre Vermeer)

Het is kwart voor negen en het toegestroomde publiek bestaat uit nog maar vijf personen. Als even na negenen een vertegenwoordiger van het SJU het podium betreedt om de artiest aan te kondigen is dit aantal aangegroeid tot een man of dertig. Niet bepaald een volle bak. Simon Nabatov, geboren in Moskou in 1959, op 20-jarige leeftijd geëmigreerd naar de VS en nu woonachtig in Keulen, zal muziek van Herbie Nichols ten gehore brengen.

Het eerste nummer begint met heel zacht gespeelde polyfone motiefjes afgewisseld met korte in akkoorden gespeelde passages. Hij gebruikt het sustain-pedaal om verschillende akkoorden (zonder herkenbare tonaliteit) in elkaar te laten doorklinken. De muziek wordt steeds dichter en luider om vervolgens plotseling over te gaan in tonale akkoorden in strak ritme. Deze herkenbaarheid is van korte duur. Tonaliteit en ritme verdwijnen weer en het stuk eindigt in de stijl waarin het begon.

Nabatov geeft nu een korte toelichting. Het programma is gebaseerd op muziek van Herbie Nichols (1919-1963). Nichols heeft tijdens zijn leven weinig erkenning gekregen voor zijn werk. Hij was met zijn composities zijn tijd ver vooruit. Hij heeft slechts twee platen opgenomen in 1959 bij Blue Note. De muziek van deze avond is van dit materiaal afkomstig.

Het volgende nummer heet Spinning Song. waarin ook weer een traditionele en zeer vrije stijl elkaar afwisselen. In het derde nummer Third World, wordt op een bijzondere manier met het sustain-pedaal gewerkt. Hij gebruikt een 'half-pedal' techniek om een soort vibrato te laten klinken. Afgesloten wordt met een passage waar alleen maar pedaal bediend wordt en hoorbaar is. Nabatov licht toe dat de harmoniepatronen zeer vooruitstrevend waren gezien het feit dat het stuk in 1947 geschreven werd en jaren later de basis vormde voor Giant Steps van Coltrane.

In de tweede set volgen nog vijf nummers: Step Tempest waarin het thema langzaam verschuift ten opzichte van de maat, East 117th Street welke titel verwijst naar de plek in Spanish Harlem waar met het appartement van Nichols's vader veel van zijn manuscripten in vlammen opgingen, Serenade waaraan later lyrics werden toegevoegd om bekend te worden als Lady Sings the Blues, Terpsichore een allerminst dansbaar nummer en als laatste Double Exposure waarin in het laatste deel enkel de linkerhand snelle motiefjes spelend het klavier afdaalt en met de laagste tonen het concert afsluit.

Led Bib (Rumor 60)

Datum: 27 feb 2010

Locatie: EKKO, Utrecht

Uitvoerenden: Led Bib: Mark Holub, d; Liran Donin, b; Toby McLaren, el-p, synth; Pete Grogan, as; Chris Williams, as.

Genre: punkjazz

In het kader van het jaarlijks festival voor experimentele muziek, Rumor 60, is de Londense band Led Bib in Utrecht te beluisteren. De locatie, EKKO, is eigenlijk een alternatieve-poplocatie en de aankondiging van Led Bib in de zaal begint dan ook met de met de woorden: "In tegenstelling tot wat jullie gewend zijn beginnen we vanavond met jazz. Maar vrees niet; Ze spelen niet van die tingel-tangel muziek maar er gaat flink de beuk in!".

Inderdaad is het even later als de bandleden in een door een rookkanon opgeworpen gordijn zijn opgekomen een opeenvolging van luid versterkte toonclusters die de sfeer van het eerste nummer bepalen. In het tweede nummer is het woord in belangrijke mate aan de toetsenist. Van de elektrische piano krijgen we niet zijn natuurlijke geluid te horen, maar het door een synthesizer vervormd, of opnieuw gecreëerde geluid. De speler is veel meer met de draaiknoppen van de synthesizer dan met het klavier van de piano in de weer. Dit zal ook in de andere nummers zo blijven. We krijgen geen herkenbaar pianogeluid te horen.

Het derde nummer begint met een rustig intro waar vanuit de drummer de complexiteit van het ritme opbouwt en de saxen lijkt mee te zuigen naar een complexere melodiek. De maat blijft echter door het nummer heen consequent herkenbaar. Dan komt er een nummer waar de saxen poliritmisch met elkaar strijden. Een van de saxen speelt hierbij in een ritme in zevenen. Dan een nummer waar vanuit een rustig maar in een ongedefinieerd ritme langzaam wordt toegewerkt naar een langzame vierkwarts structuur. De drummer komt met een stevige solo aan het woord om dit vervolgens over te geven aan de saxen die met een syncopisch duet het nummer afsluiten.

Bij een van de laatste nummers valt pas op dat de drummer een coördinerende rol speelt. Opzoekwerk achteraf laat zien dat hij inderdaad de bandleider is. Na al het geweld klinkt het laatste nummer Memories Can't Wait als een rustig nummer met het houvast van een steeds hoorbaar aanwezig melodisch thema. Na afloop hiervan nog snel even langs het podium voor het in eigen beheer uitgebrachte CD'tje en dan naar de volgende locatie (RASA) voor het volgende onderdeel: Van Ligetti draaiorgelwerk en zijn symfonisch gedicht voor 100 metronomen. Ook heel interessant, maar geen jazz …