Datum: 10 mei 2010
Locatie: Bimhuis, Amsterdam
Uitvoerenden: Chris Potter Underground: Chris Potter, ts, bcl; Adam Rogers, g; Scott Colley, bg; Nate Smith, d
Een half uur voor aanvang in de zaal en ik bemachtig net een van de laatste losse stoelen achterin. Ik markeer de stoel als de mijne door er mijn colbertje over te hangen en ga op een drankje uit. Er hangt een gezellige sfeer in de zowel de bar als de zaal die hierdoor een geheel lijken te vormen. Ik keer met mijn drankje terug naar mijn stoel en even later betreden de muzikanten onder luid applaus het podium. Chris zet in met wat eerst wat losse noten lijken op de basklarinet. Adam Rogers zet hier al snel een stevig ondersteunend thema tegenaan dat de basis vormt voor de groove die klinkt als basgitaar en drum hun bijdrage gaan leveren. Op hetzelfde moment verruilt Chris Potter zijn basklarinet voor de tenorsaxofoon. Het donkere geluid van de elektrische gitaar en basgitaar en het nogal directe saxofoongeluid zorgen ervoor dat het geheel een funky klankkleur laat horen. Harmonisch gebeurt er heel weinig. Het hele stuk door wordt door de verschillende spelers afwisselend gesoleerd op hetzelfde akkoord. Alleen vlak voor het einde wordt hier enkele maten van afgeweken. Deze opzet is kenmerkend voor de meeste stukken in dit concert. Enkele malen trekt Chris Potter zich terug, meestal om Adam Rodgers als solist de ruimte te geven. Opvallend is echter ook de zeer vrije en prominente stijl van Nate Smith op de drums. Als op een gegeven moment na een strakke en opzwepende drumsolo Chris Potter terugkomt, schijnbaar om deze solo af te sluiten, blijft de drum, waar je zou verwachten dat deze zich in zijn rol in de ritmesectie terug zou trekken, op de voorgrond als duelleerpartner van de saxofoon.
De tweede set wordt ingezet door drummer en bassist. Twee akkoorden wisselen elkaar in een strak schema af. Chris Potter begint een rustige solo waarbij de gitaar het rustige patroon van de ritmesectie versterkt. In de saxsolo herken ik in een gebroken akkoord naar boven en naar beneden een letterlijk citaat uit een stuk voor basklarinet solo van Eric Dolphy. De als ballad ingezette solo wordt steeds drukker en ontwikkelt zich tot een opeenvolging van zeer snelle loopjes waarbij het toonhoogte oploopt tot de hogere toptones van de sax. Dit onder begeleiding van instemmende geluiden uit het publiek. Er volgen nog onder andere een stuk waar een latin groove de basis vormt, een interpretatie van "Single Pedal of a Rose" van Duke Ellington, een stuk genaamd "Tweet" ingezet met vogelgeluidjes op alleen het mondstuk van de saxofoon en afgesloten wordt met "Togo", een stuk gebaseerd op een West-Afrikaanse volkswijs.